1 FEBRUARI 1988
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| J U S T E L - Geconsolideerde wetgeving | ||||
| Einde | Eerste woord | Laatste woord | Wijziging(en) | Aanhef |
| Inhoudstafel | 12 uitvoeringbesluiten | |||
| Erratum | Einde | Franstalige versie | ||
|---|---|---|---|---|
| belgiëlex . be - Kruispuntbank Wetgeving | ||||
| Raad van State | ||||
| Titel |
|---|
| 1 FEBRUARI 1988. - Koninklijk besluit
betreffende de verzekering tegen brand en andere gevaren, wat de
eenvoudige risico's betreft.
Zie wijziging(en) Bron : ECONOMISCHE ZAKEN Publicatie : 01-03-1988 nummer : 1988011063 bladzijde : 02888 Dossiernummer : 1988-02-01/30 Inwerkingtreding : 31-03-1988 (ART. 1 - ART. 2) *** 31-03-1988 (ART. 8) *** 31-03-1988 (ART. 22 - ART. 26) *** 30-09-1989 (ART. 3 - ART. 7) *** 30-09-1989 (ART. 9 - ART. 21) Opheffing : 01-09-1994 |
| Inhoudstafel | Tekst | Begin |
|---|---|---|
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied. Art. 1-3 HOOFDSTUK II. _ Bepalingen betreffende de omvang van de waarborg en de bescherming van de verzekerden. Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de omvang van de waarborg. Art. 4-7 Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de bescherming van de verzekerden. Onderafdeling A. - Duur. Art. 8-12 Onderafdeling B. - Schadegevallen. Art. 13-19 Onderafdeling C. Beperking van de getrouwheidsverplichting en arbitrage. Art. 20-21 HOOFDSTUK III. - Diverse bepalingen. Art. 22-26, N |
||
| Tekst | Inhoudstafel | Begin |
|---|---|---|
|
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied. Artikel 1. § 1. Dit besluit is van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten waarbij eenvoudige risico's in hoofdzaak verzekerd worden tegen schade veroorzaakt door één van de hierna opgesomde gevaren, of waarbij de burgerrechtelijke aansprakelijkheid dienomtrent wordt gedekt :- brand en aanverwante gevaren zoals blikseminslag, ontploffing, implosie, aanraking met voertuigen en dieren;- elektriciteit;- aanslagen en arbeidsconflicten;- storm, hagel, ijs- en sneeuwdruk;- natuurrampen;- water;- glasbreuk;- diefstal;- onrechtstreekse verliezen;- bedrijfsschade waarbij een dagelijkse vergoeding wordt gewaarborgd.§ 2. Dit besluit is eveneens van toepassing op de verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst voor een door een gebouw veroorzaakte schade wanneer deze samenhangt met een onder § 1 bedoelde verzekering.§ 3. Van het toepassingsgebied van dit besluit zijn evenwel uitgesloten :1° de verzekeringen alle risico's betreffende juwelen, kunstwerken, bontmantels, fototoestellen of audiovisuele apparaten alsmede de bagage-verzekeringen;2° de zogenaamde technische verzekeringen, met name de verzekeringen van het type machine-breuk, alle bouwplaats-risico's, montage en proefdraaien, burgerrechtelijke aansprakelijkheid van architecten en aannemers, electrische en elektronische installaties of zwakstroom;3° de verzekeringen tegen brand, diefstal, glasbreuk of schade in het kader van een motorrijtuigpolis;4° de verzekeringen tegen exploitatieverliezen, andere dan deze waarbij een dagelijkse vergoeding wordt gewaarborgd;5° de oogstverzekeringen tegen hagel;6° de verzekeringen tegen ziekten en sterfte van dieren;7° de globale bankverzekeringen, de verzekeringen vervoer en opslag van waarden, vervalsing van cheques en computerfraude. Art. 2. § 1. Onder eenvoudig risico wordt verstaan elk goed of geheel van goederen, waarvan de verzekerde waarde niet meer bedraagt dan 30 000 000 F. Voor de berekening van dat bedrag worden in aanmerking genomen alle verzekeringsovereenkomsten die hetzelfde voorwerp hebben, betrekking hebben op goederen die zich op een zelfde plaats bevinden en gesloten zijn door eenzelfde verzekeringsnemer, door een der verzekerden of door een vennootschap of een vereniging waarin de verzekeringsnemer of een verzekerde een meerderheidsbelang heeft of kennelijk een overwicht in de beslissingsmacht heeft.§ 2. Het bedrag vermeld in § 1 wordt op 965 000 000 F gebracht voor de hiernavolgende goederen :1° bureaus en woningen, met inbegrip van de appartements- of kantoorgebouwen voor zover niet meer dan 20 % van de totale oppervlakte van het gelijkvloers en de andere verdiepingen samen als handelsruimte wordt gebruikt;2° de landbouw-, tuinbouw, wijnbouw-, fruitteeltbedrijven en fokkerijen;3° de lokalen bestemd voor de uitoefening van vrije beroepen, behalve de apotheken;4° de lokalen gebruikt door de religieuze instellingen zoals cultusplaatsen, abdijen en kloosters, alsook de parochiezalen;5° de lokalen bestemd voor culturele, sociale en filosofische activiteiten;6° de gebouwen bestemd voor het verstrekken van onderwijs, met uitzondering van die bestemd voor hoger onderwijs;7° de muziekconservatoria, de musea en de bibliotheken;8° de inrichtingen die uitsluitend voor sportactiviteiten worden aangewend;9° de medische verzorgingsinrichtingen, sanatoria, preventoria, klinieken, hospitalen, kindertehuizen, rusthuizen voor bejaarden.§ 3. De bedragen vermeld in §§ 1 en 2 en in de bijlage worden halfjaarlijks aangepast door de Minister van Economische Zaken om rekening te houden met de evolutie van de bouwkosten. Art. 3. Moeten als verzekerden worden beschouwd :- de verzekeringsnemer;- de bij hem inwonende personen;- hun personeel bij de uitoefening van zijn functies;- de lasthebbers en de vennoten van de verzekeringnemer in de uitoefening van hun functies;- elke andere persoon die als verzekerde in het verzekeringscontract wordt aangeduid. HOOFDSTUK II. _ Bepalingen betreffende de omvang van de waarborg en de bescherming van de verzekerden. Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de omvang van de waarborg. Art. 4. § 1. De verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot het gevaar brand bevatten verplicht de waarborg tegen de schade die haar oorzaak vindt in een aanslag of in een arbeidsconflict zoals die beide termen in de bijlage omschreven zijn. Deze waarborg moet in overeenstemming zijn met hetgeen in die bijlage is bepaald.§ 2. De waarborg ontploffing omvat verplicht de waarborg schade aan goederen :- te wijten aan elke ontploffing of implosie die geen rechtstreeks verband heeft met het verzekerde risico;- te wijten aan de ontploffing van springstoffen waarvan de aanwezigheid in het verzekerde risico niet vereist is voor de erin uitgeoefende beroepsactiviteit. Art. 5. § 1. De waarborg van de door het gevaar storm veroorzaakte schade aan goederen omvat tevens de schade veroorzaakt door de gevaren hagel, sneeuw- of ijsdruk en kan niet worden beperkt tot een quotiteit van de verzekerde bedragen voor het gebouw en de inhoud.§ 2. De waarborg van de door het gevaar water veroorzaakte schade aan goederen kan niet worden beperkt tot een quotiteit van de verzekerde bedragen op het gebouw en de inhoud. Art. 6. § 1. Met betrekking tot de waarborg verhaal van derden kan de dekking voor de schade aan goederen niet worden beperkt tot minder dan 25 000 000 F.Dit bedrag wordt gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, met als basisindexcijfer dat van december 1983, namelijk 119,64.Onder verhaal van derden verstaat men de aansprakelijkheid die de verzekerde oploopt ingevolge de artikelen 1382 tot 1386bis van het Burgerlijk Wetboek voor de schade aan goederen, veroorzaakt door een verzekerd schadegeval, die zich voortzet op goederen die eigendom zijn van derden, gasten inbegrepen.§ 2. Voor de aansprakelijkheidsverzekeringen bedoeld in artikel 1, § 2 kan, per schadegeval, de dekking niet worden beperkt tot minder dan 25 000 000 F voor de schade aan goederen, en tot minder dan 500 000 000 F voor de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels.Deze bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, met als basisindexcijfer dat van december 1983, namelijk 119,64. Art. 7. § 1. De polisvoorwaarden voorzien in een niet-afkoopbare en niet-verzekerbare vrijstelling van 5 000 F per schadegeval.Dat bedrag is gekoppeld aan de ontwikkeling van het indexcijfer der consumptieprijzen met als basisindexcijfer dat van december 1983, namelijk 119,64.§ 2. Mits dit uitdrukkelijk in de voorwaarden van hun contract vermeld wordt, kunnen de partijen, bij de onderschrijving, overeenkomen voornoemde vrijstelling te verhogen, behalve voor de verzekeringen van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst.§ 3. In de verzekeringsovereenkomsten die betrekking hebben op de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst en in de verzekeringsovereenkomsten waarbij in geen verzekerde bedragen wordt voorzien of waarbij de verzekerde bedragen worden geïndexeerd, stellen de polisvoorwaarden uitdrukkelijk dat tijdens de volle duur van de overeenkomst het bedrag van de vrijstelling gekoppeld blijft aan het indexcijfer bepaald in § 1, tweede lid.§ 4. Voor de toepassing van de vrijstelling wordt onder schadegeval verstaan elke schade aan het verzekerde goed die aan een zelfde oorzaak te wijten is.§ 5. De algemene voorwaarden bepalen uitdrukkelijk dat, in voorkomend geval, het bedrag van de vrijstelling van de vergoeding wordt afgetrokken vooraleer de evenredigheidsregel wordt toegepast. Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de bescherming van de verzekerden. Onderafdeling A. - Duur. Art. 8. § 1. De duur van de overeenkomst mag een periode van drie jaar niet overschrijden, eventueel te verlengen met de periode die de datum van het ingaan van de overeenkomst scheidt van de eerste jaarlijkse vervaldag van de premie.§ 2. Als er voorzien is in een stilzwijgende verlenging, geschiedt deze voor opeenvolgende periodes van één jaar.§ 3. Om die stilzwijgende verlenging te vermijden kan elke partij de verzekeringsovereenkomst tegen de vervaldag ervan opzeggen op voorwaarde dat een opzeggingstermijn wordt nageleefd. Die termijn mag niet langer zijn dan drie maanden. Art. 9. De polisvoorwaarden bepalen dat in geval van overgang van het verzekerde goed ten gevolge van het overlijden van de verzekeringnemer :- de uit de verzekeringsovereenkomst voortspruitende rechten en verplichtingen ten gunste en ten laste van de nieuwe houder of houders van het verzekerde belang blijven bestaan;- zowel de nieuwe houders als de verzekeraar de verzekeringsovereenkomst kunnen opzeggen bij een ter post aangetekende brief, bij gerechtsdeurwaardersexploot of door afgifte van de opzeggingsbrief tegen ontvangstbewijs, op voorwaarde dat een opzeggingstermijn van één maand wordt nageleefd die ingaat op de datum van de afgifte op de post, van het exploot of van het ontvangstbewijs;- van deze opzeggingen uiterlijk drie maanden en veertig dagen na het overlijden kennis moet worden gegeven; voor de verzekeraar begint deze termijn slechts te lopen op de dag dat hij van het overlijden van de verzekeringnemer in kennis wordt gesteld. Art. 10. De polisvoorwaarden bepalen dat in geval van overdracht onder levenden van een verzekerd onroerend goed :- de verzekering van rechtswege vervalt drie maanden na de datum waarop de authentieke akte is verleden tenzij de verzekeringsovereenkomst eerder wordt beëindigd;- tot het verstrijken van die periode de waarborg van de overdrager ook geldt voor de overnemer voor zover hij niet al verzekerd is in het kader van enig ander kontrakt en voor zover hij afstand doet van verhaal op de overdrager. Art. 11. § 1. Het verzekeringsvoorstel verbindt noch de kandidaat-verzekeringnemer, noch de verzekeraar tot het sluiten van het kontrakt. De verzekeraar moet er zich wel toe verbinden de verzekeringsovereenkomst te sluiten indien hij niet binnen de dertig dagen na ontvangst van het voorstel zijn weigering tot verzekering of een verzoek tot onderzoek of expertise van het te verzekeren goed ter kennis heeft gebracht van de kandidaat-verzekeringnemer. Die bepalingen evenals de vermelding dat de ondertekening van het voorstel geen dekking meebrengt, moeten uitdrukkelijk in het verzekeringsvoorstel worden opgenomen.§ 2. De overeenkomst komt tot stand bij de ondertekening door de verzekeringnemer van een voorafgetekende polis of een verzekeringsaanvraag. De waarborg gaat in de dag volgend op de ontvangst door de verzekeraar van de voorafgetekende polis of de aanvraag. In beide gevallen moet de verzekeringnemer de mogelijkheid hebben de overeenkomst op te zeggen, met onmiddellijke uitwerking op het ogenblik van de kennisgeving, binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst door de verzekeraar van de voorafgetekende polis of de aanvraag. De verzekeraar mag van zijn kant de overeenkomst opzeggen binnen dertig dagen na ontvangst van de voorafgetekende polis of van de aanvraag, met inwerkingtreding van de opzegging acht dagen na de kennisgeving ervan. Die bepalingen moeten uitdrukkelijk worden opgenomen in de voorwaarden van de voorafgetekende polis of van de aanvraag. De verzekeringsaanvraag moet duidelijk worden onderscheiden van het verzekeringsvoorstel; het voorstel en de aanvraag dienen beide afzonderlijk te worden ondertekend. Onder verzekeringsaanvraag wordt verstaan de aanvraag tot verzekering door middel van een formulier dat uitgaat van de verzekeraar waarbij de verzekeringnemer een onmiddellijk ingaande dekking aanvraagt. Art. 12. De verzekeringnemer mag de gehele verzekeringsovereenkomst opzeggen, indien de verzekeraar één of meerdere waarborgafdelingen opzegt, of het tarief van één of meer waarborgafdelingen verhoogt.Deze mogelijkheid moet uitdrukkelijk worden vermeld in de algemene polisvoorwaarden.Behoudens om rekening te houden met een wijziging van het risico mag de verzekeraar zich niet het recht voorbehouden de in de overeenkomst bedongen algemene voorwaarden te wijzigen, zelfs al gaat dat recht gepaard met een opzeggingsmogelijkheid voor de verzekeringnemer. Onderafdeling B. - Schadegevallen. Art. 13. § 1. De verzekeringsovereenkomst voorziet dat wanneer de verzekeringnemer zowel bij het sluiten van als in de loop van de overeenkomst zijn verplichting verzuimt om het risico volledig of juist aan te geven en een schadegeval zich voordoet, de verzekeraar gehouden blijft tot prestatie in de verhouding die bestaat tussen de betaalde premie en de premie die de verzekeringnemer had moeten betalen indien hij de verzekeraar juist had voorgelicht.Indien de verzekeraar evenwel het bewijs levert dat hij het risico in geen geval verzekerd zou hebben, is hij niet gehouden tot prestatie bij schadegeval maar moet hij de reeds geïnde premies terugbetalen.§ 2. Het verzuim van aangifte van andere verzekeringen met hetzelfde voorwerp en die betrekking hebben op goederen die zich op dezelfde plaats bevinden, wordt gelijkgesteld met het onjuist mededelen van het risico. Art. 14. § 1. De verzekerde die zijn verplichting om de schade te voorkomen verzuimt, kan, tenzij dit op bedrieglijke wijze gebeurt, aan geen zwaardere sanctie worden blootgesteld dan de vermindering of de terugbetaling van de vergoeding ten belope van het door de verzekeraar opgelopen nadeel.Er is geen dekking van de opgelopen schade wanneer de verzekerde met betrekking tot de materiële staat van de verzekerde goederen of de middelen tot beveiliging ervan, de maatregelen die hem, ter voorkoming van schade, in de polis zijn opgelegd, niet heeft getroffen of niet heeft gehandhaafd behalve indien de verzekerde bewijst dat het verzuim geen verband houdt met het schadegeval.§ 2. Wanneer de verzekeraar aan de verzekerde bepaalde verplichtingen heeft opgelegd, na te leven bij schadegeval, en de verzekerde die niet nakomt, kan de verzekeraar :- de dekking weigeren indien het verzuim met bedrieglijk opzet is geschied;- in de andere gevallen, de vergoeding verminderen of terugvorderen tot beloop van het door hem geleden nadeel. Art. 15. § 1. Indien de verzekeringsovereenkomst afzonderlijke verzekerde bedragen vermeldt, moet het in een overdraagbaarheidsclausule voorzien volgens welke bij schadegeval, als blijkt dat sommige bedragen groter zijn dan die welke voortvloeien uit de in het contract overeengekomen schattingsregels, het overschot verdeeld zal worden over de bedragen met betrekking tot de onvoldoende verzekerde en al dan niet beschadigde goederen en dit pro rata van de tekorten van de bedragen en evenredig met de toegepaste premievoeten.De overdraagbaarheid wordt slechts toegestaan voor goederen die tot hetzelfde geheel behoren en op dezelfde plaats gelegen zijn. Inzake diefstal is de overdraagbaarheid slechts verplicht met betrekking tot de inhoud.§ 2. Indien op de dag van het schadegeval, niettegenstaande de eventuele toepassing van de overdraagbaarheid bedoeld bij § 1, het verzekerde bedrag lager is dan het bedrag dat verzekerd had moeten zijn overeenkomstig de in het contract overeengekomen schattingsregels, is de verzekeraar slechts gehouden tot het betalen van een schadevergoeding ten belope van de verhouding die bestaat tussen het werkelijk verzekerde bedrag en het bedrag dat verzekerd had moeten zijn. Deze regel wordt de evenredigheidsregel van bedragen genoemd.§ 3. Bij verzekering van een woning door de eigenaar of de huurder is de verzekeraar ertoe gehouden aan de verzekeringnemer een stelsel voor te stellen dat, wanneer het juist toegepast wordt en de verzekerde bedragen geïndexeerd zijn of er geen verzekerde bedragen zijn, de afschaffing van de evenredigheidsregel van bedragen voor het aangeduide gebouw tot gevolg heeft.Het door de verzekeraar voorgestelde stelsel mag voor de verzekeringnemer geen bijkomende kosten meebrengen bij het sluiten van de overeenkomst, voor de verzekering van een normale woning.De verzekeraar moet het bewijs leveren van de naleving van de bepalingen van het eerste lid; bij ontstentenis daarvan mag de evenredigheidsregel van bedragen niet worden toegepast.§ 4. De evenredigheidsregel van bedragen mag niet toegepast worden :1° als de ontoereikendheid van het verzekerde bedrag niet meer bedraagt dan 10 % van het bedrag dat verzekerd had moeten zijn;2° op de verzekering van de aansprakelijkheid van een huurder of van een gebruiker van een gedeelte van het gebouw indien het verzekerde bedrag ten minste overeenstemt met :- hetzij de werkelijke waarde van het gedeelte dat de verzekerde huurt of gebruikt in het aangeduide gebouw;- hetzij 20 maal := de jaarlijkse huurprijs verhoogd met de lasten in het geval van de gedeeltelijke huurder; de bedoelde lasten dienen niet de verbruikskosten te omvatten voor verwarming, water, gas of elektriciteit. Indien deze forfaitair in de huurprijs begrepen zijn, worden ze ervan afgetrokken;- de jaarlijkse huurwaarde van de gebruikte gedeelten, vermeerderd met de lasten in het geval van de gedeeltelijke gebruiker.Indien de voornoemde aansprakelijkheid voor een lager bedrag verzekerd is, wordt de evenredigheidsregel toegepast in de verhouding die bestaat tussen :- het werkelijk verzekerde bedrag, en- een bedrag dat overeenstemt met twintig maal de jaarlijkse huurprijs verhoogd met de lasten of, bij gebrek aan verhuring, twintig maal de jaarlijkse huurwaarde van de gebruikte gedeelten vermeerderd met de lasten, zonder dat het op die wijze verkregen bedrag de werkelijke waarde van het gedeelte dat de verzekerde huurt of gebruikt, mag overschrijden;3° op de waarborgen betreffende de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst;4° op de diverse kosten die als bijkomende waarborg verzekerd worden bij de gevaren in artikel 1, § 1;5° in een verzekering op absoluut eerste risico, te weten een ten belope van een bepaald bedrag toegestane verzekering, ongeacht de waarde van de aangeduide goederen;6° in de verzekering volgens aangenomen waarde.§ 5. Van de in § 2 vermelde evenredigheidsregel van bedragen mag niet worden afgeweken, behalve in de gevallen opgesomd in de §§ 3 en 4. Art. 16. De verzekeringsovereenkomst die zowel het gebouw als de inhoud dekt voorziet in afzonderlijke verzekerde bedragen of premies voor elk van die rubrieken. Art. 17. § 1. Onverminderd de toepassing van de andere bepalingen van dit besluit die een vermindering van de vergoeding toelaten, mag de vergoeding niet minder zijn dan :- in geval van verzekering tegen nieuwwaarde, 80 % van deze waarde na aftrek van slijtage;- in geval van verzekering tegen aangenomen waarde, deze waarde;- in de andere gevallen naargelang de bepalingen van de overeenkomst, de verkoopwaarde, de kostprijs, de dagwaarde of de werkelijke waarde.§ 2. In geval van wederopbouw of vervanging in België van het beschadigde gebouw, omvat de vergoeding alle taksen en rechten.§ 3. Indien de overeenkomst een formule van automatische aanpassing bevat, wordt de vergoeding voor het beschadigde gebouw, berekend op de dag van het schadegeval, verminderd met de vergoeding die reeds werd uitbetaald, verhoogd volgens de eventuele verhoging van het op het ogenblik van het schadegeval bekende jongste indexcijfer, gedurende de normale heropbouwperiode die begint te lopen op de datum van het schadegeval zonder dat de op die wijze verhoogde totale vergoeding 120 % van de oorspronkelijk vastgestelde vergoeding mag overschrijden en evenmin meer mag bedragen dan de totale kostprijs van de heropbouw.§ 4. Zo evenwel de wederopbouwprijs of de vervangingswaarde lager ligt dan de vergoeding voor het beschadigde gebouw, berekend in nieuwwaarde op de dag van het schadegeval, is de vergoeding minstens gelijk aan deze wederopbouw- of vervangingswaarde verhoogd met 80 % van het verschil tussen de oorspronkelijk voorziene vergoeding en deze wederopbouw- of vervangingswaarde, verminderd met het slijtagepercentage van het beschadigde gebouw en met de taksen en rechten die zouden verschuldigd zijn op dit verschil na aftrek van de slijtage.§ 5. Dit artikel is niet van toepassing op de aansprakelijkheidsverzekering. Art. 18. In geval van een verzekering tegen nieuwwaarde, mag de slijtage van een beschadigd goed of van het beschadigde deel van een goed slechts worden afgetrokken voor zover zij hoger is dan :- 20 % van de nieuwwaarde voor de schadegevallen die onder de waarborg storm, hagel, ijs- en sneeuwdruk vallen;- 30 % van de nieuwwaarde voor de schadegevallen die onder andere waarborgen vallen. Art. 19. § 1. In geval van wederopbouw of wedersamenstelling voor hetzelfde gebruik in België van de beschadigde goederen, verbindt de verzekeraar er zich toe de verzekerde, binnen dertig dagen die volgen op de datum van sluiting van de expertise of, bij ontstentenis, de datum van de vaststelling van het bedrag van de schade, een eerste gedeelte uit te betalen dat gelijk is aan de in artikel 17, § 1, bepaalde minimumvergoeding.De rest van de vergoeding mag worden betaald naargelang de wederopbouw of wedersamenstelling vorderen, voor zover de eerste schijf uitgeput is.De partijen kunnen na schadegeval een andere verdeling van de betaling van de vergoedingsschijven overeenkomen.§ 2. In geval van vervanging in België van het beschadigde gebouw door de aankoop van een ander dat tot hetzelfde gebruik dient, verbindt de verzekeraar er zich toe de verzekerde, binnen de dertig dagen die volgen op de datum van sluiting van de expertise, een eerste gedeelte uit te betalen dat gelijk is aan de in artikel 17, § 1, bepaalde minimumvergoeding.Het saldo wordt gestort bij het verlijden van de authentieke akte van aankoop van het vervangingsgoed.§ 3. In alle andere gevallen is de vergoeding betaalbaar binnen de dertig dagen die volgen op de datum van sluiting van de expertise of bij ontstentenis, de datum van de vaststelling van het bedrag van de schade.§ 4. De verzekerde moet op de datum van de afsluiting van de expertise alle hem door de verzekeringsovereenkomst opgelegde verplichtingen hebben vervuld. Zo niet beginnen de termijnen bepaald in de §§ 1, 2 en 3 slechts te lopen vanaf de dag die volgt op de dag waarop de verzekerde die contractuele verplichtingen is nagekomen.§ 5. In afwijking van wat in bovenvernoemde §§ 1 tot 3 is bepaald :1° indien er vermoedens bestaan dat het schadegeval opzettelijk veroorzaakt kan zijn door de verzekerde of de verzekeringsbegunstigde, alsook in geval van diefstal, kan de verzekeraar voorafgaandelijk kopie van het strafdossier lichten; het verzoek om toestemming er kennis van te nemen moet uiterlijk binnen dertig dagen na de sluiting van de door hem bevolen expertise geformuleerd worden en indien de verzekerde of de begunstigde die om vergoeding vraagt niet strafrechterlijk wordt vervolgd, moet de eventuele betaling geschieden binnen dertig dagen nadat de verzekeraar van de conclusies van het genoemde dossier kennis genomen heeft;2° bovendien, als de vaststelling van de vergoeding of de verzekerde aansprakelijkheden betwist worden, moet de betaling van de eventuele vergoeding geschieden binnen dertig dagen die volgen op de sluiting van de genoemde betwistingen. Onderafdeling C. Beperking van de getrouwheidsverplichting en arbitrage. Art. 20. Onverminderd de eventueel overeengekomen automatische aanpassing van de verzekerde bedragen, is verboden elk beding dat de verzekerde belet een beroep te doen op een andere verzekeraar indien de verzekerde wenst een ander goed of een verhoging van de verzekerde bedragen te dekken, of indien zijn hoedanigheid als eigenaar, huurder of gebruiker wijzigt. Art. 21. De polisvoorwaarden mogen geen bepaling bevatten waarbij de verzekeringnemer, de verzekerde of de begunstigde zich vooraf ertoe verbinden geschillen die uit de verzekeringsovereenkomst kunnen ontstaan, aan scheidsrechters voor te leggen. HOOFDSTUK III. - Diverse bepalingen. Art. 22. <wijzigingsbepaling van art. 9 van het KB 1984-01-12/35> Art. 23. De verzekeringsonderneming past de bepalingen van dit besluit toe vanaf hun respectieve inwerkingtreding :- op de overeenkomsten afgesloten na die inwerkingtreding;- op de lopende overeenkomsten uiterlijk bij gelegenheid van de stilzwijgende of uitdrukkelijke vernieuwing of verlenging ervan of van de wijziging van de voorwaarden behalve deze om rekening te houden met een aanpassing van de verzekerde bedragen of een wijziging van de ligging van het risico. Art. 24. De voorstellen tot wijziging van de voorwaarden met het oog op de toepassing van artikel 23, moeten aan de Controledienst voor de Verzekeringen worden voorgelegd binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de dag van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. Art. 25. De artikelen 3 tot 7 en 9 tot 21 van dit besluit treden in werking de laatste dag van de achttiende maand volgend op die waarin het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.De andere artikelen treden in werking dertig dagen na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad onverminderd het bepaalde in artikel 24. Art. 26. Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit. Art. N. Bijlage bij het koninklijk besluit betreffende de verzekering tegen brand en andere gevaren, wat de eenvoudige risico's betreft.Waarborg : Arbeidsconflicten en aanslagen.§ 1. Definities :1. Onder arbeidsconflict verstaat men elke collectieve betwisting in welke vorm zich die ook voordoet, in het kader van arbeidsverhoudingen, met inbegrip van :a) staking : door een groep werknemers, bedienden, ambtenaren of zelfstandigen beraamde stillegging van het werk;b) lock-out : voorlopige sluiting van een onderneming waartoe beslist is om het personeel tot een vergelijk te dwingen in een arbeidsconflict.2. Onder aanslag verstaat men alle vormen van oproer, volksbewegingen, daden van terrorisme of van sabotage, namelijk :a) oproer : gewelddadige manifestatie, zelf als ze niet beraamd is, van een groep personen, die met opgehitste gemoederen plaatsvindt en gekenmerkt wordt door ongeregeldheden of onwettige daden, alsook door verzet tegen de organen die met de handhaving van de openbare orde belast zijn zonder dat een dergelijke beweging noodzakelijk tot doel heeft de gestelde openbare machten omver te werpen;b) volksbeweging : gewelddadige beweging, zelfs als ze niet beraamd is, van een groep personen die, zonder dat er opstand is tegen de gevestigde orde, toch plaatsvindt met opgehitste gemoederen en gekenmerkt wordt door ongeregeldheden of onwettige daden;c) daad van terrorisme of sabotage : clandestien georganiseerde actie met ideologische, politieke, economische of sociale bedoelingen, individueel of door een groep uitgevoerd, waarbij geweld gepleegd wordt op personen of goederen vernield worden :- hetzij om indruk te maken op het publiek en een klimaat van onveiligheid te scheppen (terrorisme);- hetzij om het verkeer of de normale werking van een dienst of een onderneming te hinderen (sabotage).§ 2. Verzekerde gevaren :1. Arbeidsconflicten.2. Aanslagen.§ 3. Basiswaarborg :1. De verzekeraar dekt de brand-, ontploffings- (met inbegrip van de ontploffing van springstoffen) en implosieschade aan goederen :a) die rechtstreeks aan de verzekerde goederen veroorzaakt wordt door personen die deelnemen aan een arbeidsconflict of aan een aanslag;b) die zou voortspruiten uit maatregelen die in voornoemd geval genomen zijn door een wettelijk gevormd gezag voor de beveiliging en de bescherming van de verzekerde goederen.2. Voor de woningen alsook voor de bedrijven bedoeld bij artikel 2, § 2, 2, van dit besluit wordt de waarborg bovendien uitgebreid tot andere schade aan goederen dan brand-, ontploffings- of implosieschade.3. De voornoemde waarborg wordt toegekend :a) voor de in § 1 van artikel 2 van dit besluit bedoelde eenvoudige risico's tot 100 % van de verzekerde waarde voor het gebouw en de inhoud;b) voor de in § 2 van artikel 2 van dit besluit bedoelde eenvoudige risico's, op basis van de tussen partijen overeengekomen modaliteiten, zonder dat de minimumvergoedingsgrens minder dan F 30 000 000 mag bedragen.§ 4. Specifieke verplichtingen van de verzekerde :Bij schadegeval verbindt de verzekerde zich ertoe om desgevallend binnen de kortst mogelijke termijn alle stappen bij de bevoegde overheden te doen om vergoeding van de geleden schade aan goederen te bekomen.De door de verzekeraar verschuldigde schadevergoeding wordt slechts uitbetaald wanneer de verzekerde het bewijs levert in dit verband alle nodige stappen gedaan te hebben.De verzekeringsbegunstigde verbindt zich ertoe de vergoeding voor schade aan goederen die hem door de overheid wordt uitgekeerd, door te betalen aan de verzekeraar, in de mate dat die vergoeding samenvalt met die welke hem in uitvoering van de verzekeringsovereenkomst voor dezelfde schade is toegekend.§ 5. Specifieke schorsingsmogelijkheid :De verzekeraar kan deze waarborg schorsen wanneer, bij wijze van algemene maatregel, in een met redenen omkleed besluit, de toelating daarvoor door Onze Minister van Economische Zaken wordt verleend. De schorsing gaat in zeven dagen na de kennisgeving ervan. |
||
| Aanhef | Tekst | Inhoudstafel | Begin |
|---|---|---|---|
| Gelet op
de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen,
inzonderheid op artikel 19, § 1; Gelet op de raadpleging van de Commissie voor Verzekeringen; Gelet op het advies van de Controledienst voor de Verzekeringen; Gelet op het advies van de Raad van State; B.St. 01/03/1988 p. 2890> Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken, ..... |
|||
| Erratum | Tekst | Begin |
|---|
| BEELD 1988011105 |
PUBLICATIE : 1988-03-18 bladzijde : 03899 |
|---|
| Wijziging(en) | Tekst | Inhoudstafel | Begin |
|---|---|---|---|
|
(GEWIJZIGDE ART. : 2; ANNEXE) |
|||
| Begin | Eerste woord | Laatste woord | Wijziging(en) | Aanhef |
| Inhoudstafel | 12 uitvoeringbesluiten | |||
| Erratum | Franstalige versie |
|---|
|
Bijkomende informatie nodig? Gebruik onze
zoekmachine |
|
|