Koninklijk besluit van 12 januari 1984 tot vaststelling van de minimumgarantievoorwaarden van de verzekeringsovereenkomsten tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking tot het privé-leven.

publicatie: 30.01.1984 - inwerkingtreding: 01.07.1985
K.B. van 01.02.1988 - publicatie: 01.03.1988
 K.B. van 24.12.1992 - publicatie: 31.12.1992 - inwerkingtreding: 01.01.1993
publicatie: 22.07.2004 - inwerkingtreding: 01.08.2004

 
  Art. 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking tot het privé-leven" de aansprakelijkheid krachtens de artikelen 1382 tot en met 1386bis van het Burgerlijk Wetboek en gelijkaardige bepalingen van buitenlands recht.
Uitgesloten is de aansprakelijkheid die voortvloeit uit een beroepsactiviteit, met uitzondering evenwel van die voortspruitend uit beroepsverplaatsingen.
 
  Art. 2.

Het verzekeringscontract dat in België is gesloten of als dusdanig beschouwd wordt tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst met betrekking tot het privé-leven, geeft aan de verzekerden ten minste een dekking overeenkomstig de minimumgarantievoorwaarden bij dit besluit vastgelegd. Het verzekeringscontract dat op bijkomende of aanvullende wijze dezelfde risico's dekt, moet aan de verzekerde een dekking verlenen die ten minste gelijk is aan de dekking te verlenen overeenkomstig dit besluit.

 
  Art. 3.

Moeten als verzekerden beschouwd worden :

  1. de verzekeringnemer en zijn samenwonende echtgenoot, voor zover de verzekeringnemer in België zijn hoofdverblijf heeft;

  2. alle bij de verzekeringnemer inwonende personen met inbegrip van de studerenden zelfs indien zij om studieredenen buiten het hoofdverblijf van de verzekeringnemer verblijven, de dienstplichtigen en de gewetensbezwaarden voor zover respectievelijk de militaire overheid dan wel de dienst of de instelling waarvan ze toegewezen zijn geen verantwoordelijkheid voor hun daden draagt;

  3. het huispersoneel en de gezinshelp(st)er wanneer zij handelen in de privé-dienst van een verzekerde;

  4. al wie die, buiten elke beroepswerkzaamheid, kosteloos of bezoldigd, belast is met de bewaking van de met de verzekeringnemer samenwonende kinderen en van de aan de verzekeringnemer toebehorende en in de waarborg begrepen dieren, telkens als zijn aansprakelijkheid ingevolge deze bewaking in het geding komt.

 
  Art. 4. De dekking bedoeld bij artikel 2 strekt zich uit tot alle landen van geografisch Europa en die welke aan de Middellandse Zee grenzen.  
  Art. 5.

De dekking bedoeld bij artikel 2 voor de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels kan worden beperkt tot 500 000 000 frank per schadegeval. Voor wat betreft de stoffelijke schade kan zij worden beperkt tot 25 000 000 frank per schadegeval. Bovendien is het herstel van de stoffelijke schade beperkt tot het bedrag dat 5 000 frank overschrijdt. Deze vrijstelling is niet afkoopbaar noch verzekerbaar. De bedragen waarvan sprake in dit artikel worden gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen waarbij als basisindexcijfer wordt genomen het indexcijfer dat geldt tijdens de maand die voorafgaat aan de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
De dekking bedoeld bij artikel 2 voor de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels kan worden beperkt tot 12.394.676,24 euro per schadegeval. Voor wat betreft de stoffelijke schade kan zij worden beperkt tot 619.733,81 euro per schadegeval.  De bedragen waarvan sprake in dit artikel worden gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen waarbij als basisindexcijfer wordt genomen het indexcijfer dat geldt tijdens de maand die voorafgaat aan de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

 
  Art. 6. Van de dekking kunnen worden uitgesloten :
  1. de schade voortvloeiend uit de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst die onderworpen is aan een wettelijk verplicht gestelde verzekering. Niettemin is deze uitsluiting niet van toepassing op de schade, veroorzaakt door verzekerden die, buiten medeweten van hun ouders, van de personen die ze onder hun hoede hebben en van de houder van het voertuig, een motor of spoorvoertuig besturen alvorens zij hiervoor de wettelijk vereiste leeftijd bereikt hebben;
  2. de schade veroorzaakt aan de personen bedoeld bij artikel 3, 1° en 2°, zelfs indien hun aansprakelijkheid niet in het geding komt;
  3. de stoffelijke schade aan de personen bedoeld bij artikel 3, 3°, zelfs indien hun aansprakelijkheid niet in het geding komt;
  4. de schade voortvloeiend uit de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst die leiders, aangestelden of organisatoren van jeugd- of gelijkgestelde bewegingen dragen voor de daden van personen voor wie ze moeten instaan;
  5. de schade die rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van een wijziging van de atoomkern, van de radioactiviteit en van de voortbrenging van de ioniserende stralingen;
  6. de schade voortvloeiend uit de persoonlijke burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst van de verzekerde die meer dan 16 jaar oud is en die hetzij opzettelijk schade veroorzaakt, hetzij als gevolg van het gebruik van verdovende middelen, van een staat van dronkenschap of alcoholintoxicatie;
    de schade voortvloeiend uit de persoonlijke burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst van de verzekerde die de jaren van onderscheid heeft bereikt en die een schadegeval veroorzaakt voortvloeiend uit gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de algemene voorwaarden van de overeenkomst zijn bepaald;
  7. de schade aan roerende of onroerende goederen of aan dieren die een verzekerde onder zijn bewaking heeft onder voorbehoud van de toepassing van 11° van dit artikel;
  8. de schade veroorzaakt door het gebouw of het gedeelte van het gebouw, dat door de verzekeringnemer niet gebruikt wordt als hoofdverblijf met uitzondering evenwel van het gebouw of het gedeelte van het gebouw dat de verzekerde studerende als studieverblijf bewonen buiten het hoofdverblijf van de verzekeringnemer;
  9. de schade veroorzaakt door de aan de verzekerde gebouwen grenzende tuinen die de oppervlakte van 1 ha overschrijden
    de schade veroorzaakt door tuinen met een oppervlakte van meer dan 1 ha, die al dan niet aan de verzekerde gebouwen grenzen;
  10. de schade veroorzaakt door personen of goederenliften;
  11. de stoffelijke schade veroorzaakt door vuur, door een brand, door een ontploffing of door rook ingevolge vuur of een brand die ontstaat in of medegedeeld wordt door het gebouw waarvan de verzekerde eigenaar, huurder of bewoner is met uitzondering evenwel van de schade veroorzaakt in hotels of gelijkaardige logementshuizen door de verzekerden betrokken tijdens een tijdelijk of toevallig verblijf zowel om privé- als om beroepsredenen;
  12. de schade veroorzaakt door de gebouwen ter gelegenheid van de opbouw, wederopbouw of de aanpassingswerken eraan;
  13. de stoffelijke schade veroorzaakt door grondverschuivingen;
  14. de schade veroorzaakt door het gebruik van zeilboten van meer dan 200 kg of motorboten die aan een verzekerde toebehoren of door hem gehuurd of gebruikt worden;
  15. de schade veroorzaakt door het gebruik van luchtvaartuigen die aan een verzekerde toebehoren of door hem in huur genomen of gebruikt worden;
  16. de schade veroorzaakt door het beoefenen van de jacht alsmede de wildschade;
  17. de schade veroorzaakt door rijpaarden waarvan de verzekerde eigenaar is en door andere dan huisdieren;
  18. de schade welke gedekt wordt door een andere vrijwillig afgesloten verzekering voor zover deze laatste de aansprakelijkheid van de verzekerde dekt overeenkomstig de bepalingen van artikel 2 van dit besluit.
 
  Art. 7. Elke verzekeringsovereenkomst, bedoeld bij artikel 2, bevat een beding ten behoeve van de benadeelde derde, overeenkomstig artikel 1121 van het Burgerlijk Wetboek.  
  Art. 8.

Zonder afbreuk te doen aan de wettelijke of contractuele beschikkingen betreffende duur der contracten en de uitgebreidheid van de dekking, neemt de verzekeringsonderneming alle nodige maatregelen teneinde de minimumgarantievoorwaarden, bedoeld bij dit besluit in de lopende verzekeringsovereenkomsten in te lassen, hetzij bij gelegenheid van de eerste wijziging van de dekking hetzij bij gelegenheid van de verlenging van de overeenkomst.

 
  Art. 9. § 1.

Met uitzondering van artikel 2, tweede lid, treden de artikelen 1 tot 8 in werking de eerste dag van de achttiende maand volgend op die gedurende welke dit besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

 
    §2.

Dit besluit is echter niet onmiddellijk van toepassing op de in artikel 2, tweede lid, bedoelde verzekeringscontracten. Het wordt van toepassing op die contracten naargelang elke onderneming de voorwaarden betreffende die contracten wijzigt en ten laatste op 1 juli 1990.

Dit besluit is niet van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten beheerst door de koninklijke besluiten van 1 februari 1988 of van 24 december 1992 betreffende de verzekering tegen brand en andere gevaren wat de eenvoudige risico's betreft.

 
   Art. 10. De voorstellen tot wijziging van de dekking, bedoeld bij artikel 8 van dit besluit, moeten aan de Controledienst voor de Verzekeringen worden voorgelegd binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de dag van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.  
  Art. 11. Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.